Bij het optekenen van dit verhaal hebben de opvarenden van de rondvaart nadrukkelijk verzocht anoniem te blijven.

Voorwoord

 

We leven in een tijd waarin iedereen bijzonder moet zijn. Waarin je het verschil moet maken.
En waarin dat verschil net zo snel weer verdwijnt.
Maar niet alles laat zich sturen.

Soms komen belangrijke momenten zo anders dat je ze niet eens herkent.
Of op een moment dat je er nog niet helemaal klaar voor bent.
Soms krijgen die momenten pas betekenis wanneer alles al voorbij is.

Misschien gaat dit over iemand die dacht dat hij het verschil moest maken.
En dat heeft gedaan.
Alleen niet op de manier die hij verwachtte.

Michel Maas,
‘s-Hertogenbosch

 

 

──────────────

 

 

Wat u gaat lezen is waar.

Of bijna waar.

Of waar genoeg.

 

 

──────────────

 

Hoofdstuk 1
ONDER DE STAD

 

‘ALS U EVEN NAAR LINKS KIJKT...’
De rondvaartgids liet een korte stilte vallen. ‘...ziet u mij vechten met een Bossche Bol.’ Er klonk gelach.
De boot lag nog aan de steiger van Uilenburg, in het centrum van Den Bosch. Het was een warme namiddag, maar het water was donker en stil.
‘Ze zien er altijd zo onschuldig uit,’ zei hij terwijl hij de touwen losgooide, ‘maar zodra je erin bijt, wordt het een rommeltje.’ Hij werkte het laatste stuk naar binnen en spoelde zijn vingers af in het water.
Een meisje op de voorbank keek op van haar telefoon. Ze zag hoe hij zijn hand weer optilde en nog een vinger aflikte. Ze keek snel terug naar haar scherm.
‘Van m’n collega’s gekregen,’ mompelde hij. ‘Twintig jaar doe ik dit al. Je zou denken dat je alles dan wel gezien hebt.’
Een paar mensen glimlachten.
Met een zacht pruttelend geluid kwam de boot los van de steiger en gleed het donker in. Een paar toeristen draaiden zich nog even om naar de volle terrassen. Een keurige vrouw depte haar voorhoofd met een zakdoekje
en keek over de rand van de boot. ‘Het water staat laag of niet?’
‘Allemaal verdampt,’ grapte de gids.
De vrouw glimlachte. ‘Van mij mag het wel wat minder met die warmte.’
De gids keek weer naar voren. Naar het water.
De boot kwam even in de warme zon en voer verder, de volgende donkere gang in. ‘Zoveel water rondom Den Bosch betekende vroeger maar één ding,’ zei de gids, terwijl hij zijn zaklamp over het water scheen.
‘Verhalen.’
Een vrouw keek even op. ‘Verhalen?’ herhaalde ze.
‘Ja,’ zei de gids opgewekt. ‘Meer dan je zou denken.’
‘Vroeger,’ zei hij, iets zachter nu, ‘waren mensen nogal bijgelovig.’
Hij roerde iets te lang in zijn bekertje koffie en nam een slok.
‘Waar andere steden muren bouwden, kreeg Den Bosch een moeras cadeau,’ fluisterde de gids.
Hij keek weer voor zich uit. ‘Veel soldaten verdwaalden er,’ zei de gids. ‘Of kwamen er niet meer uit.’ Hij keek de opvarenden aan. ‘En als ze er wél uitkwamen...’
Hij aarzelde even.
‘Dan leek het alsof de wereld nog hetzelfde was... maar zij niet meer.’ De gids nam nog een slok koffie. ‘En dat water uit het moeras daarbuiten, ‘t Bossche Broek, stroomt hier ook onder de stad door.’
‘Nou nou. Dat belooft wat,’ mompelde een lange man. ‘Het is maar goed dat ik m’n vrouw heb thuisgelaten.’ Een paar mensen glimlachten.
De gids richtte de zaklamp weer omhoog en liet hem van onderaf op zijn kin schijnen. ‘Welkom,’ zei hij met een glimlach, ‘bij de rondvaart door de Binnendieze,’ en knipoogde naar het meisje. Ze keek even naar hem op. Haar duim bewoog nog over het scherm en keek snel naar haar moeder. ‘Duurt dit nog lang, mam?’
Haar moeder friemelde aan haar hakken en probeerde haar tenen wat ruimte te geven in haar pumps. ‘Even opletten nu, de meneer is iets interessants aan het vertellen.’ Ze glimlachte kort naar de gids.
De rondvaartboot gleed langzaam onder de huizen door, langs een smal raam, vlak boven het water. Er stond iemand achter het glas. Hij bewoog niet en reageerde niet op de langs glijdende boot. Heel even leek het alsof het hoofd een klein beetje meedraaide. Of misschien leek dat maar zo door de weerspiegeling. Toen verdween het weer in het donker.
De lange man grinnikte, terwijl hij naar de keurige vrouw naast hem keek. ’Je zal hier maar wonen. De hele dag van die toeristen die bij je naar binnen proberen te gluren.’
De vrouw keek hem even aan en trok haar tasje iets dichter naar zich toe.

 

Het was inmiddels wat frisser. Sommigen trokken een jasje aan. De gids nam nog een slok van zijn koffie en trok een vies gezicht. ‘Koud bakkie,’ mompelde hij, meer tegen zichzelf dan tegen de groep en zette het bekertje weg.
Voor hen lag een donkere, lagere opening.
‘We varen nu het Hellegat in,’ zei de gids met een galmende stem. ‘De naam zegt meestal genoeg. Vroeger kwamen hier geen rondvaartboten. Er werd gezegd dat hier de lichamen van onbekende soldaten werden achtergelaten. Verlaten en vergeten. Alsof ze nooit hadden bestaan.’
De lange man tikte met zijn zegelring tegen de reling. ‘Je weet het allemaal wel te brengen,’ zei hij droog. Hij keek even naar het meisje met haar telefoon. Ze staarde in het water. Hij volgde haar blik, alsof hij probeerde te zien wat zij zag, trok heel even zijn wenkbrauwen op en leunde naar haar toe. ‘En straks springt er iemand uit het water.’ Hij grinnikte er zelf om.
Het meisje keek hem even aan. ‘Grappig,’ zei ze en ze keek weer snel terug naar haar scherm. De boot gleed een smalle zijgang in en de wanden kwamen dichterbij. Het daglicht was inmiddels ver weg en alleen de bootlamp bleef over. Maar het licht werd ineens zwakker. Niet veel, maar genoeg om op te vallen.
Het knipperde even. En toen viel het uit.
Het werd in één keer aardedonker.
Er klonk wat onzeker gelach. Iemand floot kort. De echo kwam terug. Nog een. Van een andere kant.
De gids keek even om.
Hij schoof naar voren en tikte met zijn knokkels tegen de lamp.
Eén keer.
Nog een keer.
Hij sloeg harder.
De lamp sprong weer aan, maar brandde nu zwakker.
Hij keek even omhoog, het gewelf in. Toen draaide hij zich weer naar voren. ‘Vreemd,’ mompelde hij.
‘Het begint hier te spoken,’ grapte de lange man.
‘Horen jullie dat?’ zei de vrouw. Ze draaide zich langzaam om en keek vertwijfeld om zich heen. ‘Waar komt dat vandaan?’
Nu hoorden de anderen het ook. Een zacht, laag gefluit trok door de gangen. Wind, leek het. Maar nergens bewoog iets.
Het meisje keek naar de gids. Maar de gids zei niets. Zijn ogen waren niet meer op het water gericht, maar op de gang vóór hen. Zijn hand had zich vastgeklemd om de reling.
Opeens kwam hij overeind.
De passagiers keken verbaasd naar de gids. Een paar stonden op om te zien waar hij naar keek. Maar de gids reageerde niet.
Hij bleef naar voren kijken.
‘Wat is er? Ik zie het niet,’ fluisterde de keurige vrouw en greep zich vast aan de lange man naast haar. Ze probeerde langs hem heen te kijken.
In de verte zweefde iets, net boven het wateroppervlak.
Een zacht, dof licht. ‘Een andere boot?’ zei de man.
De gids bleef stil.
Het licht dreef mee met de stroom en leek vanzelf de bocht te nemen, precies waar de gang zich splitste.
‘Het is geen andere boot,’ mompelde de gids. ‘Wij zijn de enigen hier.’
Het licht dreef met de stroming mee. En alsof het achter iets langs gleed wat er niet hoorde te zijn, verdween het weer.
De gids trok aan het roer, maar het leek geen grip te hebben op het water.
Hij trok nog eens.
De boot reageerde nauwelijks.
De motor zoemde ongelijkmatig, door het water dat onder de boot begon te trekken.
De gids schraapte zijn keel.
Opeens begon het water te trillen. De boot draaide langzaam weg van de gang. Verbaasd keken de passagiers achterom. Daarna gleed hij achteruit een enorme ruimte in.
Toen verscheen het licht weer.
Het was nu dichterbij en onrustiger.
‘Mam...’ zei het meisje zacht.
Haar moeder trok haar meteen dichter tegen zich aan.
De boot draaide verder de ruimte in.
Het licht gonsde net boven het water en bewoog langzaam langs een enorme stenen trap die hoog boven hen in het donker verdween. Water stroomde langs de brede treden de zaal in. Recht tegenover de trap was een enorme houten deur met zware, ijzeren ringen. Over het donkere hout zaten talloze diepe inslagen verspreid.
De lange man kneep zijn ogen samen. ‘Hebben ze nou op die deur staan schieten?’
‘Doe effe normaal,’ zei de moeder. Ze hield haar armen stevig om haar dochter heen. ‘Wat?’ Hij wees naar de deur. ‘Kijk dan.’
De deur zat er vol mee. Ook in de stenen eromheen zaten tientallen inslagen.
Het licht bleef ervoor hangen.
Alle ogen waren gericht op de gehavende deur.
Plotseling schokte de boot hard opzij en de opvarenden grepen in paniek de reling vast.
Iemand gilde.
De rondvaartboot schuurde langs iets dat ze onder water hadden geraakt.
Naast de boot begon het water plotseling te kolken. Vanuit het donkere water kwamen gebogen planken omhoog.
Daarna werd het omhooggeduwd, alsof iets van de bodem loskwam. De boeg van een kleine boot. Het bleef half onder water dobberen.
Toen bleef iets vlak naast de reling drijven.
De lange man bukte zich iets naar voren en viste het ding met twee vingers uit het water. Zwart slijk droop langs zijn mouw terwijl hij het optilde. Hij draaide het langzaam om in zijn hand.
‘Een pet,’ zei het meisje zacht.
Ze keek naar de gids. Maar hij bleef stil.
De lange man keek ongemakkelijk om zich heen en legde de pet daarna zwijgend naast zich neer. Het wrak was nog even zichtbaar. Toen zakte het weer langzaam weg.
Het water kabbelde zacht tegen de boot. Maar het klonk anders nu.
Vanuit het donker klonk plotseling een echo.
‘...die deur?’
All blikken gingen naar de deur.
‘En wat is er achter die deur?’ vroeg de keurige vrouw.
Ze stopte abrupt.
Haar gezicht trok wit weg. ‘Dat was mijn echo.’
De lange man zette zich af tegen de reling en klom over de rand.
De gids stond snel op en greep de man bij zijn schouder.
‘Wat doe jij nou?’
Maar de man zat nog.
Zijn hand aan de reling.
Op dezelfde plek.
Hij keek verbaasd naar de hand van de gids.
De gids staarde hem met grote ogen aan en liet de man los.
Plotseling zette hij een stap achteruit.
‘Mijn hemel...’ mompelde hij. Meer kreeg hij niet uit zijn mond.
‘Je stapte de boot uit,’ zei de vrouw.
De man fronste. Hij keek de anderen aan. Alsof hij wachtte tot iemand zou zeggen dat het een grap was.
‘Mijn hand...’
Zijn hand lag nog steeds op de reling.
‘Nee,’ zei hij zacht. ‘Nee... dat kan niet. Ik ben niet uitgestapt.’
Zijn ademhaling versnelde.
‘Ik...’ Hij wreef over zijn voorhoofd. ‘Ik voel me niet goed. Wat ís dit voor plek?’
De gids slikte. ‘Ik weet het niet-‘ Toen trok hij plotseling een vies gezicht. ‘Wat is die lucht?’
Het meisje hield haar handen voor haar neus.
Ineens hing de geur van paarden en kruit in de lucht.
Toen klonk er een doffe knal. Nog een. Het leek alsof het geluid dichterbij kwam.
De gids keek langzaam om zich heen. Er volgden meer knallen. Nu klonken ze als geweerschoten, kort achter elkaar. Sommigen doken omlaag. Alsof ze ineens beseften dat er nergens was om te schuilen. De boot schommelde.
‘Blijf zitten!’ riep de gids.
Een harde windvlaag joeg door de ruimte. De vrouw hield haar jas bij elkaar en knipperde met haar ogen. ‘Waar komt die wind vandaan?’
De gids draaide zich om en probeerde de motor te starten.
Niets. Hij probeerde het nog een keer. De motor sloeg kort aan en viel meteen weer stil.
‘Waarom varen we niet?’ riep iemand.
De gids probeerde het opnieuw.
De wind trok harder door de ruimte. Het water klotste tegen de zijkant van de boot en spatte over de rand.
‘Blijf zitten!’
Toen ging de wind liggen.
Zomaar.
De moeder keek achterom. Haar haar plakte wild over haar gezicht.
De lange man kwam langzaam overeind en keek naar de moeder. ‘Is het voorbij?’
Ze keek langs hem heen.
Haar ogen werden groot.
Haar mond viel open.

Toen-
schoten felle lichtflitsen door het donker.

___

★★★★★ ‘Bedrieglijk meeslepend.’
- Erwin Nachtegaal

★★★★ ‘Mooi en aangrijpend.’
- Ayla Diestelhof

Graag verder lezen?

Eerste druk · oplage 250 exemplaren

of 

Lees direct verder als e-book

De Tocht - Michel Maas

€ 19,95

Gesigneerd exemplaar ● Softcover ● 7 oktober 2026 ● 128 pagina's

Op 8 juni 2012 keerde een rondvaartboot op de Bossche Binnendieze terug. Leeg.

Wat er met de opvarenden gebeurde, begon bijna 400 jaar eerder.

-

De Tocht neemt je mee onder de straten van Den Bosch, naar een verhaal dat nooit in de geschiedenis terechtkwam. Gebaseerd op ware gebeurtenissen.